|
Aspartaam-opinie British Medical Journal 2004;329:755-756 Redactioneel De gezondheidseffecten van aspartaam Deze zoetstof is ten onrechte in een kwaad daglicht gesteld in bepaalde delen van de pers en op verschillende websites. De Europese bevolking van 375 miljoen consumeert jaarlijks ongeveer 2000 ton aspartaam (NutraSweet, Canderel), een kunstmatige zoetstof die twee aminozuren – asparaginezuur en fenylalanine - bevat.(1) Deze is 180-200 keer zoeter dan sucrose, en er zou daarom bijna een half miljoen ton extra suiker nodig zijn geweest om dezelfde zoetheid te genereren. Heeft de wereld dan zo’n grote behoefte aan zoet, en wat heeft ons dat opgeleverd? Iedereen die op het web zoekt naar "aspartaam", een product dat in 1981 werd geïntroduceerd door Monsanto, de fabrikant van NutraSweet, vindt een enorme hoeveelheid angstaanjagende persoonlijke verhalen waarin allerlei gezondheidsklachten worden toegedicht aan aspartaam.(1) Hoewel er geen georganiseerde acties tegen aspartaam hebben plaatsgevonden, zijn er in de afgelopen jaren wel veel sensatiebeluste artikelen gepubliceerd op websites. Daar staat tegenover dat de marketing van aspartaam juist impliceert dat het staat voor een gezonde manier van leven en dat het help obesitas te vermijden. Zijn er bewijzen voor de vooronderstelde risico’s of voordelen? Er is geen bewijs voor een verband tussen aspartaam en kanker, haaruitval, depressies, dementie, gedragsstoornissen of welke andere aandoeningen er dan ook worden genoemd op websites. Instanties zoals de Food Standards Agency, Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid en de Food and Drug Administration hebben tot plicht het verband tussen voedingsmiddelen en gezondheid te bewaken en opdracht te geven tot onderzoek wanneer er een gerede twijfel bestaat. In 1998 was het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding van de Europese Commissie nog overtuigd van de veiligheid van aspartaam,(2) maar het niet bestaan van gevaren is moeilijk te bewijzen, en het is nog moeilijker om die stemmen te overtuigen die eerder afgaan op verhalen dan op bewijzen. De Food Standards Agency neemt bezorgdheid onder de bevolking bijzonder serieus en drong er daarom bij de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid op aan in 2002 een uitgebreid onderzoek uit te voeren waarbij meer dan 500 rapporten zijn meegenomen. Uit biochemische, klinische en gedragskundige onderzoeken bleek dat de Aanvaardbare Dagelijkse Inname van 40 mg/kg/dag aspartaam ook geheel veilig was voor mensen met fenylketonurie.(3) Staat aspartaam voor een gezonde manier van leven en helpt het obesitas verkomen? In de meeste westerse landen levert suiker ongeveer 10% van het totaal aantal calorieën (ongeveer 200 kcal (837 kJ) of 50 g per dag). Als dit geheel zou worden vervangen door een niet-voedende, niet-caloriehoudende zoetstof zoals aspartaam, zou obesitas overwonnen kunnen worden – aangenomen tenminste dat deze calorieën niet worden vervangen door andere vanwege een gestimuleerde eetlust. We eten ongeveer 5 g aspartaam per jaar, het equivalent van een kilo sucrose, waarvan de 4000 kcal (16 740 kJ) tot 0,5 kg gewichtstoename kunnen leiden. Er zijn geen sterke bewijzen dat aspartaam gewichtstoename of obesitas voorkomt, (4, 5) maar vooral bij kinderen is er een verband aan te wijzen tussen de consumptie van suikergezoete frisdranken en toenemende obesitas, terwijl een grotere consumptie van "light" dranken of vruchtensap leidt tot minder gewichtstoename.(6) In dieetvoorschriften voor diabetici wordt gesteld dat 10% van de totale energie veilig uit suikers betrokken kan worden, maar dat kunstmatige zoetstoffen gewichtstoename kunnen helpen voorkomen.(7, 8) Wanneer suiker wordt geconsumeerd als zoetstof, is deze chemisch identiek aan de suiker die wordt aangetroffen in fruit, een vorm die we van harte aanbevelen, en de metabolische effecten zijn niet anders zelfs wanneer deze in redelijke hoeveelheden wordt geconsumeerd door mensen met diabetes.(8) De gegevens wijzen erop dat vet eerder een boosdoener is als het gaat om obesitas, en een van de argumenten tegen het gebruik van een kunstmatige zoetstof in plaats van suiker wordt gevonden in het feit dat voedingspatronen met veel suiker vaak relatief wat minder vet bevatten.(9) Het vervangen van de verzadigde vetten zou voordelen opleveren bij de beperking van het risico op hartziekten.(10) In het ernstigste geval kunnen grote hoeveelheden sucrose leiden tot een toename van triglyceriden, een belangrijke component van het metabolische syndroom, en daardoor juist weer leiden tot een grotere kans op hartziekten. Het fructosecomponent is verantwoordelijk voor dit risico.(11) Kunstmatige zoetstoffen worden bevorderd als middel om cariës te voorkomen, aangezien suikers het belangrijkste substraat vormen voor de bacteriën in de mond. Het vermijden van suiker leidt echter niet tot een dramatische reductie van het aantal gevallen van cariës in gebieden waar veel cariës voorkomt.(3) De dominante factoren zijn een fluorgebrek en langdurige blootstelling aan suiker tussen maaltijden. Wanneer kinderen zoete dranken drinken tussen maaltijden of zuigen op gezoet snoep zodat hun tanden gedurende langere tijd worden blootgesteld aan suiker, lijkt het vervangen van deze suiker door kunstmatige zoetstoffen zinvol. Kinderen die worden blootgesteld aan sterk gezoet voedsel ontwikkelen een "zoete smaak", maar diegenen die het erop wagen minder zoete dranken te drinken, zullen hier ook later de voorkeur aan geven. Dat lijkt een betere oplossing te zijn.(12) Waarom is aspartaam zo gedemoniseerd door de wereldpers en op talloze websites? Monsanto werd al kritisch gevolgd door het publiek, vanwege beschuldigingen dat ze genetisch gemanipuleerde planten en voedsel al te enthousiast zou verspreiden. Mensen hebben een zekere weerzin tegen de manipulatie van hun voedsel, en synthetische ingrediënten worden dus met argwaan bekeken. Aspartaam bestaat echter slechts uit twee aminozuren (asparaginezuur en fenylalanine). Kan dit gevaar opleveren? Fenylalanine is een natuurlijk aminozuur dat alleen giftig is voor patiënten met de ziekte fenylketonurie. De etikettering van voedsel voor de aanwezigheid van zoetstoffen is omstreden. Er zijn zes verschillende zoetstoffen toegestaan in Europa, en voor elk is een Aanvaardbare Dagelijkse Inname vastgesteld. Men mag niet van de consument verwachten dat deze steeds de totale dagelijkse consumptie van elke stof berekent. In plaats daarvan wordt producenten aangeraden een mix van verschillende zoetstoffen te gebruiken, zodat het bijzonder moeilijk wordt om de Aanvaardbare Dagelijkse Inname van een bepaalde zoetstof te bereiken – volwassenen zouden bijvoorbeeld al minstens 10 blikjes van een frisdrank gezoet met uitsluitend aspartaam moeten drinken om de Aanvaardbare Dagelijkse Inname van 40 mg/kg/dag te bereiken. Wanneer een combinatie van zoetstoffen wordt gebruikt, halen zelfs extreme gebruikers zelden meer dan 10 mg/dag. Apen moet men meer dan 1 g/dag voeren alvorens er sprake is van invloed op neurotransmitters in de hersenen en er attaques optreden, en willekeurige, gecontroleerde tests met hoge doses bij mensen hebben geen effect op gedrag of andere effecten aangetoond.(13, 14) Cynisch genoeg is dus blijkbaar meer behoefte aan slecht nieuws dan aan goed nieuws, en het zou wel eens nodig kunnen zijn het publiek te beschermen tegen misleidende websites. Michael E J Lean, Professor Division of Developmental Medicine, University of Glasgow, Royal Infirmary,Queen Elizabeth Building, Glasgow G31 2ER Catherine R Hankey, Lecturer, University Department of Human Nutrition Hier downloaden als pdf. 2 oktober 2004 Strijdige belangen: Geen aangegeven. Referenties
|