Aspartaam-opinie

H.J. Roberts publiceerde in 1990 een boek met de titel ASPARTAME (NUTRASWEET): IS IT SAFE?

De onwetenschappelijke beweringen die in dit boek werden gedaan waren voor Dr. Arturo Rolla van de Harvard Medical School aanleiding om te schrijven aan de New England Journal of Medicine en aandacht te vragen voor het onverantwoordelijke karakter van de publicaties van Hyram Roberts.

De auteur, een internist uit West Palm Beach, Florida, kreeg het vermoeden dat veel van de symptomen van zijn patiënten werden veroorzaakt door aspartaam. Hij stelde een vragenformulier op voor zijn patiënten dat later ook zou worden uitgedeeld aan personen in het gehele land die meenden dat ze negatieve effecten ondervonden van deze suikervervanger.

Hoofdpijn, duizeligheid, vermoeidheid, geheugenverlies, stemmingswisselingen, veranderd gezichtsvermogen, misselijkheid, diarree, onverklaarbare pijnen, slaap- en persoonlijkheidsstoornissen en dergelijke zijn weinig specifieke en veelvoorkomende klachten onder personen die een arts raadplegen. Wanneer veelvoorkomende symptomen in verband worden gebracht met het gebruik van product dat door velen wordt geconsumeerd, ligt het nogal voor de hand dat er een ogenschijnlijk verband wordt aangetroffen. Dezelfde vragenlijst had ook uitgedeeld moeten worden aan een controlegroep die geen aspartaam gebruikte en aan een andere groep die wel aspartaam gebruikte maar geen klachten vertoonde. Enkel een onbevooroordeelde vergelijking van deze groepen had zinvolle informatie kunnen opleveren over het vraagstuk van de veiligheid.

De auteur vroeg vervolgens aan patiënten die er reeds van overtuigd waren dat aspartaam de oorzaak van hun problemen was om te stoppen met het gebruik van aspartaam. De resultaten zijn zoals was te verwachten vertekend door het omgekeerde placebo-effect, maar hij presenteert ze desalniettemin als wetenschappelijk bewijs. Hij schrijft dat hij zich bewust is van het feit dat hij zijn patiënten iets had kunnen aanpraten en dat ze sensatiebelust konden zijn. Desalniettemin publiceerde hij zijn boek voor het grote publiek, en nam hierin talloze verhalen over “zware” en “ernstige” reacties op en de regelmatig terugkerende diagnose "reactieve hypoglykemie" die leidde tot "zware stuiptrekkingen", tot "onverwachte migraine-aanvallen" en tot “narcolepsie”.

Dr. Roberts maakte geen gebruik van een streng wetenschappelijke methode om zijn hypothese te testen, maar presenteerde deze rechtstreeks aan het publiek zonder een kritische beoordeling door zijn collega’s. Hij citeerde de Wall Street Journal en andere kranten vaak alsof het wetenschappelijke tijdschriften zijn. Tegen de tijd dat hij zelfs een verband vooronderstelt tussen aspartaam en de ziekte van Alzheimer, zal zelfs de leek zijn twijfels hebben gekregen. Roberts presenteert en bekritiseert de manier waarop de Food and Drug Administration aspartaam goedkeurde als een toevoeging aan voedingsmiddelen in plaats van als een geneesmiddel. Hij heeft ook enkele terechte punten van kritiek. Het gebruikte systeem is niet perfect, maar het is wel het beste dat we hebben. De auteur stelt zich op als een eenzame strijder tegen de producenten, de overheid en het medische establishment (“organisaties en personen die belang hebben bij een bepaalde uitslag”).

Dit type boek roept veel vragen op voor de medische gemeenschap. Is het wel acceptabel dat een medicus met een dergelijke hypothese een boek schrijft zonder eerst wetenschappelijke bewijzen te zoeken en zijn bevindingen te presenteren in een medisch tijdschrift? Ik waardeer de zorgen en de inzet van de auteur, maar zijn boek roept toch een uiterst negatieve reactie bij mij op. Op dit soort publicaties zit niemand te wachten. Ze dragen uitsluitend bij aan een nog grotere desinformatie, verwarring en wantrouwen. Er bestaat een groot aantal alternatieve medische en wetenschappelijk mogelijkheden om een dergelijke kwestie ter discussie te stellen. Ik hoop dat de auteur zijn werk wil voortzetten met behulp van degelijkere wetenschappelijke methoden, zodat hij daarna zijn bevindingen kan presenteren aan zijn collega’s. Hij heeft natuurlijk het recht om een boek te schrijven, maar hij heeft ook een verantwoordelijkheid als medicus. De vrijheid van meningsuiting is evenzeer afhankelijk van de eerlijkheid en verantwoordelijkheid van de schrijver als van de overheid die haar garandeert.

ARTURO R ROLLA, M.D.
Harvard Medical School
Boston, MA 02115
Bron:
New England Journal of Medicine 323:1495-1496

22 november 1990