·   · 
Email Word document to friend  
 ·  Email web link to friend  ·  View printer friendly version  ·  Smaller text size Medium text size Larger text size   

Food & Drug Administration Verenigde Staten
In antwoord op de beweringen in de zaak "Nancy Markle"

Het FDA Center for Drug Evaluation and Research heeft mij verzocht te reageren op uw vraag het artikel van Nancy Markle te beoordelen dat u per e-mail toezond, en dat zich richt op de vermeende giftigheid van de kunstmatige zoetstof aspartaam.

Mijn naam is David Hattan en ik ben momenteel Acting Director of the Division of Health Effects Evaluation in het Center for Food Safety and Applied Nutrition van de United States Food & Drug Administration (USFDA). Ik heb mij sinds 1978 herhaaldelijk beziggehouden met vraagstukken rondom de veiligheid van aspartaam, en ik ben op de hoogte van de veiligheidsonderzoeken die zijn uitgevoerd om de veiligheid van deze hulpstof in voedsel te ondersteunen. Er zijn meer dan 100 afzonderlijke toxicologische en klinische onderzoeken gedaan naar de veiligheid van aspartaam alvorens het gebruik ervan werd toegestaan. Sinds de goedkeuring in 1981 door de USFDA is er nog een groot aantal aanvullende onderzoeken verricht naar aanleiding van enkele meer geloofwaardige meldingen van gezondheidseffecten die werden toegeschreven aan aspartaam. In het onderstaande heb ik geprobeerd kort en bondig te antwoorden op de beweringen over de giftigheid zoals die worden gedaan door Nancy Markle.

Om te beginnen zijn meldingen van de inname van aspartaam bij patiënten die later zijn gaan lijden aan multiple sclerose of systemische lupus natuurlijk geen wetenschappelijk houdbaar bewijs dat aspartaam verantwoordelijk is voor het optreden van een van beide ziekten. Beide aandoeningen kennen spontane remissies en verslechteringen, en het is dus zeker wel mogelijk dat toen patiënten stopten aspartaam te gebruiken, ze toevallig ook een remissie van hun symptomen beleefden. Voorzover mij bekend is, bestaat er geen geloofwaardig bewijs dat aspartaam multiple sclerose of systemische lupus veroorzaakt.

Verder wordt beweerd dat de consumptie van aspartaam leidt tot de productie van methanol, formaldehyde en methaanzuur: daar zit een kern van waarheid in. In het spijsverteringskanaal wordt aspartaam gehydroliseerd tot een van haar samenstellende delen, methanol, en tot de twee aminozuren, fenylalanine en asparaginezuur. Deze methanol wordt opgenomen door de lichaamscellen en eerst gemetaboliseerd tot formaldehyde en dan tot methaanzuur. Belangrijke informatie die ontbreekt aan de gegevens van Mevr. Markle is echter dat de niveaus van de inname zeer gering zijn. We consumeren andere voedingsmiddelen die evenveel of meer methanol bevatten; bijvoorbeeld citrusvruchten en –sappen, tomaten en tomatensap. Er wordt nog meer methanol opgenomen wanneer we ethanol consumeren. Uiteindelijk moet dus worden gesteld dat de hoeveelheid methanol hetzelfde is als uit andere bronnen en dat het in de hoeveelheden waarin het wordt geconsumeerd uit aspartaam gemakkelijk kan worden afgebroken via de 1-koolstof biochemische cyclus tot volstrekt ongevaarlijke en lichaamseigen stoffen.

Vervolgens wordt er beweerd dat de twee aminozuren, fenylalanine en asparaginezuur een neurotoxisch effect zouden hebben. Dit is juist bij bepaalde personen en in hoge doses. De enige groep personen die potentieel gevoelig is voor de nadelige effecten van fenylalanine zijn de zogenaamde homozygote fenylketonurici, en in dat geval draagt het overige voedsel dat veel grotere hoeveelheden fenylalanine bevat uit proteïnen bij aan een grotere giftigheid voor deze beklagenswaardige personen. Fenylketonurici die hun consumptie van fenylalanine willen bewaken, kunnen dat eenvoudig doen door rekening te houden met de hoeveelheid fenylalanine die wordt geleverd door het aspartaamproduct, of nog beter, door deze producten eenvoudig te mijden. De USFDA eist dat een product dat aspartaam bevat voorzien wordt van een etiket speciaal voor fenylketonurie-patiënten, zodat deze worden gewaarschuwd voor de aanwezigheid van deze stof in het product. Wat betreft het andere aminozuur in aspartaam geldt dat de hoeveelheden asparaginezuur die worden geconsumeerd in aspartaam slechts een fractie bedragen van hoeveelheden die leiden tot nadelige effecten in de hersenen van mens en/of dier. Het is overigens niet duidelijk of de gegevens uit dierproeven relevant zijn voor de mens. In elk geval kan worden gesteld dat de consumptie van asparaginezuur uit aspartaam vele malen lager is dan nodig is voor het overdragen van neurologische effecten.

Er zijn talloze onderzoeken uitgevoerd bij dieren en mensen naar het mogelijke verband tussen aspartaam en attaques of een grotere gevoeligheid voor attaques. Uit klinische onderzoeken onder volwassenen en kinderen die reeds aan attaques leden kwam geen bewijs naar voren dat aspartaam zou bijdragen aan de frequentie of de hevigheid van de attaques in deze personen. Daarnaast werd aanvullend onderzoek gedaan bij experimentele diermodellen die erg gevoelig zijn voor attaques om de mogelijke rol van aspartaam bij attaques te bepalen. Ook hier werd geen invloed gemeten op de frequentie of de hevigheid van de attaques.

Aspartaam is uitgebreid onderzocht op potentiële effecten voor de voortplanting en aangeboren afwijkingen. In geen van de dierproeven werd bewijs gevonden voor effecten die veroorzaakt zouden zijn door de aspartaam, terwijl in deze dierproeven doses werden gebruikt die vele malen hoger waren dan die waaraan de mens normaal is blootgesteld.

De meer recente beweringen dat aspartaam zou bijdragen aan een toename van het aantal hersentumoren onder mensen zijn uitgebreid verworpen door wetenschappers van zowel overheden als universiteiten.

Het internet is een handig hulpmiddel voor de grootschalige verspreiding van allerlei soorten informatie. Helaas heeft de ontvanger van die informatie geen enkele mogelijkheid om te controleren hoe betrouwbaar die informatie is. Er zijn een aantal websites die regelmatig negatieve informatie verspreiden over gezondheidseffecten die zouden zijn veroorzaakt door aspartaam, maar alle verhalen zijn gebaseerd op individuele meldingen die niet kunnen worden bevestigd. Alle officiële pogingen die werden ondernomen om deze beweringen te staven of de vooronderstelde negatieve effecten van de consumptie van aspartaam te reproduceren hebben tot niets geleid, en de USFDA beschouwt aspartaam inmiddels als een van de grondigst geteste voedselingrediënten waarvan keer op keer in deugdelijk wetenschappelijk onderzoek de veiligheid wordt bewezen.

David G. Hattan, Ph.D.
Acting Director, Division of Health Effects Evaluation

13 januari 1999